Artikel 9

Er ligt post van De Post in mijn brievenbus. “Hallo, ik kwam langs op 30.11.18 en zal uw aangetekende zending klaarleggen…”. Verder lees ik niet, ik schrik me rot. Haalt een donker verleden van schulden en aanmaningen me in? Erger nog, heeft de oude huisbaas zijn laatste adem uitgeblazen en wordt het huis verkocht en moet ik uit mijn stekje? Of heeft het niets met mij te maken, maar alles met het spoor van financiĆ«le vernieling dat mijn ex nalaat naar het diepste van zijn ravijn? Ik leg het briefje op mijn bureau, laat het rusten. Doemscenario’s ebben zachtjes weg. Wat komen moet, kome.

Terwijl ik dit schrijf, op twaalf december, ligt er naast me weer zo’n briefje. “Hallo, ik kwam langs op 10.12.18 en zal uw aangetekende zending klaarleggen”. Nu valt mijn oog op nog andere lettertjes – zelfs in het vet! – waar mijn bange ogen blind voor waren. “Uw aangetekende zending is een gerechtsbrief.” Ik glimlach omdat ik nu weet. Niks dode huisbaas, gelukkig maar. Niks aanmaningen, ik betaal altijd netjes mijn rekeningen een academisch kwartiertje te laat. Niks spoken van een ex overzee. Ik krijg waar ik om vroeg. De uitnodiging van een vrederechter.

Ik mag mijn zaak pleiten bij de edelachtbare. Laat me nog even beschermd worden door artikel 9. Geschreven voor een persona met een geestesziekte. Laat me, als ik het noorden kwijt zou raken; laat me, als ik manisch eigenwijs ten onder ga met valse vleugels, toch landen in de zachte berm van de zorg. Onder dwang. Geƫscorteerd, als het moet, door de lange arm van de wet. Het lijkt een paradox, maar het voelt veilig.

Misschien is weten dat een isolatiecel mogelijks op die persona wacht, net het wapen om de demon van de manie te temmen. De teugels in eigen handen te houden. Te zeggen: “Braaf zijn, jij kwelgeest, of ik sluit je op”. Ondertussen blijf ik wel lief. Zo’n demon heeft er tenslotte ook niet om gevraagd gevangen te zijn tussen twee oren.

Reageer

Your email is never shared. Required fields are marked *