gedicht

little valentine’s prayer

someone to sweep me off my feet
someone to make me feel what the heart really needs
someone to breathe in, to breathe out
someone to sing out loud ‘life is beauiful’
someone to hold me when the rain is pouring down
someone to hide when winter’s all around
someone to see what cannot be told
someone to hold
just someone to hold

de collocatie

wie zorgt er voor de plantjes
wie praat tegen de muur
het is het uur van de collocatie
een leven mij te duur
ik zeg ach, weet je wel…
en slik stilletjes
een witte traan van steen

een traan niet gelaten

steen

een traan niet gelaten is gal ingeslikt
een bittere pil, maar wel goed gemikt
het kind vergeet niet van al dat verdriet
dat stapelt zich op als een blok puur graniet
zo hard zal je gaan, zo hard moet je leven
wordt verdriet jouw venijn, dan zal je gaan beven

de rug recht en veeg nu je neus
doe alsof het niets was, je hebt geen andere keus
maar die traan niet gelaten, dat worden kristallen
klem vast in je lijf, da’s de ballen!
je hebt het geleerd met scha en met schande
krak! zegt het dan, daar gingen weer tanden

want huilen dat mag niet, geen traan zal je laten
huilen is zwak, zo marcheren soldaten

je slaat aan de drank of op ‘die van a’
je moddert wat aan, totdat je voelt aah!
de ah! van eureka, dat werd wel eens tijd
de bijl mag de grond in, er was teveel strijd
dan liep het heel goed, plots deed je verkeerd
die regels, die wetten
links, rechts, omgekeerd

waar moet je nog gaan? naar andere planeten?
of loop naar de Maan, of God weet ik waar
vergeten bestaat niet, je doet maar alsof
het staat op je tijdsbalk, ‘sayanora’ ’t was tof
‘adieu’ zeg je dan, je verzint een nieuw leven

een gloednieuwe smoel, als is ’t maar voor even
de kop doet de deur dicht, je hart wordt een poel
een poel van ideeën en pronke kastelen
waar elfjes zo lachen dat draken vergelen

want huilen dat mag niet, geen traan zal je laten
huilen is zwak, zo marcheren soldaten

één juli 2014, Stuyvenberg X2

de fakkel



fakkel


mijn levensloop is als een estafette
de fakkel naar steeds een nieuwe ik
en zo herboren, telkens weer
tot de eindmeet van een rit

klaar voor een volgend rondje
begint een nieuwe kiem
oprecht en vol vertrouwen
ik sluit mijn ogen, ik kan het zien

ik kan het zien in wetten neergeschreven
het is een oud verhaal
iets kosmisch en oneindig
waarvoor, helaas, geen taal

geen taal dan wat je voelen kan
in de ogen van een vriend
die oprecht en vol vertrouwen
steeds weer de Liefde vindt

Sarah. Antwerpen, 21.05.2014.

paradoxaal

mijn geest is nuchter grofgebekt
mijn mond rolt zachte zinnen
het hart weet beter
en begraaft de strijdbijl
van deze paradox

stampende voeten worden dans
tenen krullen van plezier
een vuist valt open
en wordt hand

mijn geest is nuchter grofgebekt
zinnen dansen
strijd wordt harmonie
de vrede wint de oorlog
en een nieuwe paradox geboren

Spiral Vs Paradox

tekening: Shelly Beauch

Sporen

langzaam rolt de trein uit het station
de sporen liggen vast
de bestemming is mij onbekend
een verre terminus, allicht

op het perron staat aarzelend
een enkele reiziger
omgeven door een kofferfort
hij staart naar de trein die vertrekt

langzaam rolt een traan uit zijn bastion
en laat een spoor op mijn gelaat

Wemeldinge, 05.07.2003

boom
– Den Troppe †2003 –

de telling

ik ben Karel Brokkeman de teller van de stad
ik kom hier voor de telling
alle dieren moeten op een blad

vier zegt het meisje
vier dieren wonen in dit huis
een bruine beer een arend
twee gieren en een muis

vier noteert de potloodman
op het grote blad
het meisje gniffelt stiekem
om het mensendier dat hij vergat

meisje-met-knuffel-t15833

het afscheid

IMG_8587

als je moet gaan, ga dan
maar ga niet in de winter
de snijdende kou, het gelaat gekloofd
en ik die alleen troost vindt
in de kom van jouw vuur

als je moet gaan, ga dan
maar ga niet in de lente
de zachte zon, de aarde dooiend
in mij alom nieuw leven
in de kom van jouw warmte

als je moet gaan, ga dan
maar ga niet in de zomer
de verschroeiende hitte
alles dor en droog
met slechts jouw schaduw die zalft

als je moet gaan, ga dan
maar ga niet in de herfst
de dode tak, het vallend blad
met alleen jouw hand
die me rechthoudt

als je moet gaan, ga dan
ga stilletjes, tussen licht en duister
twee tikken van de klok
als een zachtjes vallend blad

als je moet gaan, ga dan
en met heel jouw ziel, sta me bij
want als jij gaat
gaat ook een deel van mij

SBD – Antwerpen, 19.02.2003

voor zussie wus

witte roos

ik was tien jaar, jij net één uur
een bundeltje baby
die ik voor het eerst ontmoette
‘t was liefde op het eerste zicht
voor altijd bij me, hartsvriendin, dicht bij me
gezworen zusters, je weet wel waarom

en zo gingen we als tandem
door jouw vijftig jaar over prachtige bergen,
maar even goed uit een donker dal
twee moeders met drie kinderen
vooruit in het leven
samen zorgen voor werk
en werken kon je, dat deed je voor twee
leven voor drie
zoveel liefde gegeven en gekregen
voor mijn kleinkind was je meter
mijn dochter had met jou twee moeders

hey, Van Bogaertje, zussie wus,
mijn zussie, tanteke
elke dag en elke avond
even bellen met elkaar
onze stemmen klinken als twee druppels door de hoorn,
behalve dan de s en r, die doe ik je niet na
maar hoe moet dat nu?
moet ik nu mezelf opbellen
als ik jou nog eens wil horen?
hoe moet dat nu, mijn zussie?
de cirkel is gebroken, een nest van negen
rijmt nooit meer op tien

jij rebel, jij zotte doos
genieter, vechter, krijger
jouw tanden in het bier van mijn man
naar de kroeg met biefstuk in een pan
kauwgombollen in je blouse
gekke bekken, schuine moppen
dansen op ’t biljart
mijn god, wat ging je hard

nu moesten we samen door dit donker dal
we kletsten over vroeger
’t was heel intens op ’t eind
steeds dieper, stiller
tot bij de kern, daar waar geen woorden meer bestaan
behalve dan
ik hou van jou

mijn zussie, zussie wus
jouw naam werd geroepen
en deze vlucht wacht alleen op jou
nu reis je echt wel zonder klok
en blijf ik achter, tijd staat stil
ik beef, ik tril
rond mij in dit nest nog acht
en jij die op me wacht

en mocht je, wie weet,
nog eens tot mij komen in dit leven
voor een babbel, een knuffel of om het even
ik zweer het je, ik doe mijn best
om dan niet bang te zijn
maar jou te voelen en te weten
in liefde is geen pijn

SBD – Berchem, 13 oktober 2013
geschreven voor Annie voor haar zus Machteld zaliger

island hopping

Alexander Teimurazov

drijvende foto’s
op wilde baren

zoeklichten
sprokkelen scherven
van zij die niet bestaan

het is bitter vissen
bij lampedusa

foto: Alexander Teimurazov