verhaal

Het monster

MonsterCalls

En plots staat daar het monster weer. Zijn spoor is zichtbaar in de straat. De huizen grijs geschilderd,  bloemperken vernield.  Het gomt de lach uit mijn gelaat. De zon komt niet meer tot mijn wang. De schaduw van het monster is te lang.

Het monster walst hier binnen als een ongenode gast. Vreet mijn kasten leeg, scheurt de noten uit mijn zang, ploft zich neer in mijn buik. Baant zich met scherpe klauwen een weg naar mijn zonnevlecht. Maakt stenen van mijn tranen. Dooft smalend het vuur waar ik mijn hart aan warm.

Het monster ratelt dag en nacht. Over hoe niets nuttig is en alles tijdverlies. Het pakt mijn honger en mijn dorst. Maakt proppen van mijn dromen. Kegelt ze één voor één tegen mijn hoofd. Het monster legt lood in mijn sloffen en lacht me uit als ik me door de kamer sleep.

Het monster ligt te slapen nu. Het snurkt de muren plat. Het is moe en voldaan van de plundertocht. Ik sluip stilletjes de kamer uit met een potje rode verf, twee bloembolletjes en een laddertje naar de zon. Benieuwd hoe ver ik kom.

tekening: Spike Dennis

Kerst met oma

Dag oma

Vandaag is het kerst en dan denk ik onvermijdelijk aan jou. Broer en ik reden laatst langs het huis aan de Steenweg op Bergen, op weg naar een fuif in onze geboortestad. Jouw huis stond te koop. Broer mopte “Zullen we het kopen?”. Ik glimlachte, we reden er iets trager voorbij, en dansten de nacht weg op een leuke fuif. Ik weet,oma, wat dat huis betekent, is niet te koop.

Kerst in jouw huis was zalig. De grote lange tafels, één lange rechte voor de grote mensen – die moest als een puzzel in elkaar gepast worden met verlengstukken – en één grote ronde voor de kinderen. Een kerstboom met antieke versieringen en een Himalaya aan pakjes. Verwennen deed je graag. Ook schenken. Als kind vond ik het altijd boeiend wanneer ik je postbus mocht leegmaken. Met die nieuwsbrieven en enveloppen haalde ik de hele wereld naar de keukentafel. Overschrijvingsformulieren voor een dorp in Afrika, voor vluchtelingen uit Vietnam, een resem aan bedelbrieven van christelijke organisaties, jouw lidmaatschap bij de KAV. En steeds de krant. Je wist heel goed wat er speelde in de wereld, wat van belang was en welk drukwerk onzin was en enkel dienst kon doen voor de schellen van de aardappelen. Je herkende spam avant la lettre. Je was begaan met het lot van anderen, de verpleegster in jou ging nooit met pensioen.

Vandaag is het kerst en dan denk ik onvermijdelijk aan jou. Je bent gegaan in december, één dag na opa’s verjaardag. Dat had je zelf zo even bedacht, ‘Nu is het mijn tijd’. Ik bedacht laatst, met mijn vier en veertigste verjaardag, dat ik halfweg ben. Dat ik 88 word. Iemand vroeg “Hoe weet je dat?” met een blik van wat-zegt-ze-nu. Ik weet dat niet, oma, maar die horde zet ik neer en daar gaat het om. Het neerzetten van je wens. En er voor gaan.

Je bent vaak een voorbeeld voor me en dan haal ik me jouw wijsheden voor de geest. Je was koppig en vaak onverwurmbaar in je rituelen, maar bovenal vond ik je wijs. “Je hebt geen man nodig”, “Vergeet je kindje niet”, “Wacht niet te lang met terug op de moto te stappen, anders wint de angst”, “Komt tijd, komt raad”. Het zijn woorden die ik in mijn hoofd herhaal wanneer ik aan een kruispunt sta en links noch rechts mijn pad lijkt te zijn. Dan denk ik ‘Wat zou oma nu doen?’.

Vandaag is het kerst en ben je er onvermijdelijk bij. Je zou vrede op Aarde wensen, naar de kerk gaan, een kaars branden en Liefde weten. En dat weet ik nu ook, mede dankzij jou.

Zalige kerst, oma. Bedankt voor het geschenk.

p.s. Ik heb een schaap gekocht voor De Stiltehoeve, een nieuw project van Bond Zonder Naam. Als we vriendjes waren op Facebook, dan klikte je nu ‘ik vind dit leuk’. En je zou delen.

stilleven

Oude postkaarten

Ik vind in jouw kaft postkaartjes van mij naar jou. Tien jaar geleden geschreven met bubbels in het hoofd, licht in het hart, vlinders in de buik. Getuigenissen van een ontluikende liefde, prille ontmoetingen van twee gelijke zielen. Ik lees ze vandaag terug, voor het eerst na al die jaren. Ze zijn zo lief, zo mooi, zo vol hoop. Dat ik ze nu vind, net vandaag. Net nu. Nu ik jou – de bus vol inboedel, de helft van wat ons was – terug naar jouw land rij en je loslaat. Nu wij, de knoop doorgehakt, als twee helften uit elkaar vallen.

Ik lees de kaartjes en sta verstomd hoe ik vergeten was dat ik die mooie woorden voor jou koos, alleen voor jou. Hoe ik de pen waaruit zo’n inkt heeft gevloeid vaak niet ter hand nam, maar koos voor kille stilte en lieve leugens. Hoe ik die vlinders door de vingers heb laten glippen. Hoe ik en jij, of nee, hoe wij ver van die plek zijn gestrand met geknakte vleugels van onmacht. Een vlinder leeft geen tien jaar en ook bubbels raken plat. Ik schrijf je nog één kaart en één zin zal volstaan. “Jij licht voor altijd in mijn hart”.

IMG_0423

Bureaucratia in Fort Europa

KC ontving op vijftien november een schrijven van de Vlaamse Zorgkas vzw. Een beetje een herinnering voor een nalatigheid. Of hij voor twintig december, als inwoner van Vlaanderen ouder dan 25 jaar, zijn bijdrage wil betalen voor de verplichte Vlaamse zorgverzekering. Kennelijk had hij een jaartje overgeslagen en is het totaal nu 50 euro voor 2012 en 2013. Er wordt beleefd gedreigd met geldboetes en verlies van rechten zou hij volharden in zijn nalatigheid. Maar, en dat is wel net zo aardig, er valt ook te lezen wat je kan doen als je de bijdrage niet kan betalen: “Contacteer het OCMW van uw gemeente”. Tof, hij is niet alleen inwoner van Vlaanderen, maar heeft hier kennelijk ook een eigen gemeente. En dat voor een Nederlander. Wat zijn we toch ruimdenkend.

Wij dus vol goede moed naar het OCMW. Dat hij ten laste is. Dat hij geen baan heeft. Dat hij geen uitkeringen geniet van welke aard dan ook. Allemaal ok. Dat weten ze bij de belastingen al jaren. Die verspillen aan KC al lang geen inkt meer. Dat is toch een letterlijke nuloperatie, moeten ze daar denken. Maar goed, ik wijk af, wij dus naar het OCMW van onze gemeente, Antwerpen, dorp bij de Schelde. Leggen we even kort uit wat het probleem is. De vrouw knikt van ja, dat gaan we even regelen. Of KC zijn identiteitskaart bij heeft? Ja, en KC legt zijn paspoort op tafel. Uit Nederland. Beter nog, het Koninkrijk der Nederlanden. Onze noorderburen, zeg maar. De vrouw zegt die bedoel ik niet. Ik bedoel de Belgische identiteitskaart. Zegt KC die heb ik niet. Dan houdt het gesprek hier helaas op, mijnheer.

Haar gouden tip: u kan bij Vreemdelingenzaken een gele kaart regelen, een verblijfsvergunning. Die krijgt u als u een verklaring ondertekent dat u in uw eigen levensonderhoud kan voorzien. Door het tekenen van die verklaring wordt het dan wel onmogelijk om een leefloon te regelen, dat snapt u ook wel.

Catch 22. Mission impossible. Ik schrijf veel en meestal met plezier. Naar de Vlaamse Zorgkas vzw heb ik nog nooit een brief gestuurd. Dat lijkt me nou eens leuk om te doen. Voor twintig december uiteraard. Wat dat betreft ben ik iets minder nalatig. Ik ben vooral benieuwd naar het antwoord. Zouden dat standaardbrieven zijn die numeriek of alfabetisch ergens uit een printer in een landschapskantoor rollen, zo met de regelmaat van een prikklok? Of scoor ik er eentje op maat gemaakt, helemaal alleen voor KC en zijn ‘familiaal solidaire steunfiguur’ (dat verzin ik niet, dat is vakjargon), deze schrijfster? Spannend. De huisstijl ken ik al: groen, sereen, “samen zorgen voor morgen”.

Sinksenfoor

Plezier met Polyp  op de Sinksenfoor!

filmpje: Kees Meijer

Wat ben je aan het doen?

ik weet niet welke kleur ik ben
ik weet niet welke engel ik ben
mijn elfennaam die ken ik niet
ik weet niet wie ik was in een vorig leven
het blijft me om het even

ik vind geen verlaten zwart schaap op een boerderij
ik weet niet hoe ik scoor in de quiz
ik stuur je geen harten, teddybeer of goede karma
je favoriete clip interesseert me niet
ik nodig je niet uit voor een kussengevecht
en nee, ik ga je echt niet porren

ik vecht geen maffia- of vampierenoorlogen
noch ben ik op zoek naar hout, planten of beestjes voor mijn farm
ik hoef niet te weten wat jij vandaag gaat eten

ik word geen fan van je pagina
je hoeft me geen vrienden te suggereren
ik zoek geen oude schoolkameraad
ik ga niet alles met iedereen delen

mijn facebook valt open op de laatste pagina:
een link naar het einde.
[ik vind dit leuk] [reageer][ik ga op zoek naar een elf]

Jobjacht

De eerste maanden vond ik wel het prima zo. Geen baan, recht op een uitkering. Ik was nog nooit eerder werkloos en vond de vrije tijd wel aangenaam. Maar langzaam aan bekroop me het gevoel dat er niet echt een reden meer was om vroeg op te staan, me te douchen, aan te kleden en mijn uren nuttig te vullen. Mijn dagen begonnen met het veelvuldig indrukken van de snoozeknop. En al snel ging het alarm gewoon uit en bleef de pyjama aan. Tot sinds enkele weken.

Bij de eerste tas thee hoort nu het uitgebreid uitvlooien van de laatste nieuwe vacatures. Mijn cv is weer helemaal up to date en de motivatiebrief wacht geduldig in een mapje op een bestemmeling. Afgelopen week belandde zo’n brief in de tas van de postbode. ‘Medewerker studiecentra’ aan een hogeschool in Antwerpen. Daar was mijn oog op gevallen. Een soort bibliotheekfunctie in een hogeschool hier om de hoek. Perfect! Ik heb ruim acht jaar bibliotheekwerk achter de kiezen en was mezelf helemaal warm aan het maken voor deze job. Ik mocht op sollicitatiegesprek. Er waren nog acht andere kandidaten in de running. Gisteren kwam er een einde aan die droom. De uitverkorene kende het softwareprogramma wel, ik niet. Dikke pech.

Ik geef de moed niet op. Bij de eerste tas thee hoort nog steevast het grasduinen in de vacaturedatabank. Ergens tussen die stapel moet er een baan zijn die ik kan vangen. Al is het nu maar een rups, ik sta al klaar met mijn netje en vang die vlinder…

De muur

Maanden gleden langs me heen. Deze blog vergaarde stof en verdween langzaam onderaan de stapel. Gedichten bleven ongrijpbaar, verhalen niet de moeite waard. Herinneringen aan Tibetaanse kinderen en Mongoolse zomerbergen zijn gesmolten als sneeuw voor de zon. Zonder getuigenis. Verhalen met een wiegendood.

Ik sta op ver voorbij het middaguur en vecht tegen de loomheid, de leemte. Ik vul mijn dagen met stomme pc-spelletjes en eindeloze tv-series. Het is ver voorbij middernacht wanneer ik nog even loom en leeg opnieuw onder het dons verdwijn.

Ik praat met mezelf en tegen de muur over hoe het allemaal anders zal zijn. Hoe ik overloop van plannen, intenties en verre bestemmingen. De muur grijnst wanneer ik niet verder raak dan de buurtwinkel. En de kroeg lonkt vals en fluistert lege hoop in volle glazen.

En buiten blijft het grijs en nat. Of wit en koud. Een winter zonder warmte. Waar blijft de lente? vraag ik aan de muur. Hij blijft het antwoord schuldig. Met een grijns.

Dit is het dan

Dit is het dan.  Een kamertje van vier bij zes.  Een keukentje waar een stevige boodschappentas de doorgang al blokkeert.  Een badkamertje waar een slappe douchestraal net geen troost biedt.  De scheiding dringt tot me door.  Waarom dit allemaal zo nodig was ontgaat me een beetje.  Wat moest er nou veranderen?  Wat was ik nou helemaal beu?  Alsof een nieuwe woonst en het vrijgezellenbestaan een nieuw spiegelbeeld tevoorschijn kunnen toveren.

Laatst was ik op herfstretraite beland.  Drie dagen van stilte, yoga, zweethutten en mediteren.   Daar vond ik diepe rust en vrede.  Maar hoe breng je die mee naar huis?  Het lijkt wel of ook dit huisje slechts een tussenstation is voor ik mijn uiteindelijke bestemming bereik.   Dromen van weggaan en nooit meer terugkeren doemen elke dag wel eens op.  Vliegtuigtickets naar New York horen daarbij.  Iets om naar uit te kijken.  Als naar de vuilkar die op donderdagen een ton herinneringen helpt vermorzelen.  Ik ga op zoek naar een leeg hoofd.  Een schone lei.  Ik loop weg van hier op weg naar mij.

Thierry

“Ja jo, Fette Foute Feestmuziek!”, uit de mond van een lieve Nederlandse jongedame in mobiel gesprek op de trein van Amsterdam naar Antwerpen. Ze was op weg naar een vriend in Gent. Ik mocht uit haar boek met eendagsverhalen een hoofdstuk scheuren wat nodig hertaald mag worden en zij kreeg van mij de luistertip “Ga teksten van Filip Kowlier ontdekken met je Gentse vriend. Dat wordt lachen! Een leuke taalcursus.”

We gingen vol vreugde elk onze eigen weg op met een hogere trilling, een gevoel van vrede met elkaar en de wereld. De trein is altijd een beetje verrijzen. Een wereldreis in je hoofd.

Haar naam is Thierry. In Frankrijk is ze waarschijnlijk een man. Voor haar vader aan de telefoon is ze een geweldige dochter. Voor mij is ze een gelukkige dag om nooit te vergeten. En zoveel meer.